Een goed gevoel
Heerlijk: het zonnetje komt door, er staat een zuchtje wind en je hoort het geruis van de zee. Langzaam voel je de spanning van je afglijden, je gedachten over werk raken op de achtergrond en na een half uurtje wandelen voel je je zelfs ‘gezond’. Hoe kan dat toch?

Gezonde zeelucht
Vroeger zeiden huisartsen het al: zeelucht is goed voor je gezondheid. Maar waar zit hem dat nu in? Onderzoekers geloven dat er negatieve ionen in zeelucht zitten. En laten net deze moleculen een positief effect op onze gezondheid hebben. Overigens, hoe meer negatieve ionen, des te frisser de lucht.

Relax
De moleculen in zeelucht helpen om zuurstof in ons lichaam op te nemen. Bovendien zorgen ze ervoor dat we van onze stress afkomen. Negatieve ionen brengen namelijk onze serotoninevoorraad op pijl, een lichaamsstofje dat invloed heeft op stress en ons humeur. Ook hoofdpijn en lusteloosheid verdwijnen tijdens een stevige wandeling aan zee als sneeuw voor de zon.

Hoor je het ruisen der golven?
En dan heb je natuurlijk nog het heerlijk ruisende geluid van de golven. Volgens onderzoekers werkt dit geluid tot ver in je hersenen door met als gevolg totale ontspanning. Het is dan ook niet voor niets dat je relaxt thuiskomt van een vakantie aan het strand; je hebt weer volop zin om nieuwe dingen te ondernemen.

Hooikoorts
Een uitstapje naar zee is ook een prima idee voor mensen met hooikoorts of astma. Zeker wanneer de wind vanaf zee komt is de lucht pol- en stuifmeelvrij. Houd er wel rekening mee dat de zeelucht je hooikoortsproblemen niet geneest: Wanneer je weer naar huis gaat en onverhoopt tussen de pollen beland, keren de symptomen terug.

Dode Zee
Volgens een ander onderzoek heeft de Dode Zee grotere voordelen dan zijn naam je zou doen vermoeden. Zo wordt beweerd dat je er, na een speciale kuur van drie weken, geheel of gedeeltelijk van psoriasis kunt genezen. In Dode Zee-lucht zitten namelijk hoge concentraties aan Broom, een stof die een kalmerende en pijnstillende werking zou hebben en ook je geest positief beïnvloedt.

 

Bron: Laura Baar